Gekookte aardappelen bewaren
Bewaren

Gekookte aardappelen bewaren

Gekookte aardappelen bewaren voelt voor veel mensen als iets vanzelfsprekends, maar zodra je er bewust naar kijkt ontdek je dat er best wat komt kijken bij het goed en veilig omgaan met restjes. Vooral als je vaak vooruit kookt, of als je grotere hoeveelheden aardappelen in één keer bereidt voor een drukke week of een etentje, wil je dat ze hun structuur en smaak behouden. In mijn eigen keuken merk ik steeds weer hoe belangrijk het is om gekookte aardappelen snel terug te koelen en op de juiste plek te bewaren. Doe je dat niet, dan kunnen ze muf worden, plakkerig aanvoelen of zelfs sneller bederven dan je zou verwachten.

Gekookte aardappelen bewaren draait om drie dingen. Je moet ze snel koelen, je moet ze beschermen tegen te veel lucht en je moet ze een plek geven waar de temperatuur stabiel is. Hoe beter je dat doet, hoe langer je ermee vooruit kunt en hoe stabieler de smaak blijft. Het maakt ook uit of je ze in stukken hebt gesneden of in zijn geheel hebt gelaten. Hele aardappelen blijven namelijk wat steviger, terwijl stukjes sneller uitdrogen of aan elkaar gaan kleven. In mijn keuken probeer ik daarom altijd de juiste methode te kiezen, afhankelijk van hoe ik ze later wil gebruiken.

Gekookte aardappelen bewaren

Gekookte aardappen bewaren kun je in de basis prima, als je ze meteen na het afgieten laat afkoelen, het liefst binnen 1 uur. Leg ze op een platte schaal zodat de warmte kan ontsnappen en zet ze zodra ze koud genoeg zijn in de koelkast. Hoe sneller dit gaat, hoe kleiner de kans dat bacteriën de kans krijgen om zich te vermenigvuldigen. Veel mensen vragen zich af waarom gekookte aardappelen soms sneller bederven dan andere restjes, maar dat komt omdat ze veel vocht bevatten en omdat zetmeel een aantrekkelijke voedingsbron is voor bacteriën.

In de koelkast

In de koelkast blijven gekookte aardappelen over het algemeen het meest stabiel. Als je ze bewaart in een goed sluitend bewaarbakje blijven ze stevig en smaken ze ook na één of twee dagen nog fris. Ik vind het zelf prettig om een paar druppels olijfolie over de stukken te doen, zodat ze niet zo snel uitdrogen en minder aan elkaar plakken. Vooral aardappelen die je in stukjes hebt gesneden, drogen anders sneller uit dan je lief is.
Toch is het goed om te weten dat er grenzen zijn. Zelfs in een koele koelkast kunnen gekookte aardappelen na een paar dagen een licht zure geur krijgen of een wat plakkerige structuur. Dat is een teken dat ze hun beste tijd hebben gehad. Je proeft het meteen wanneer je ze opwarmt: de smaak wordt vlakker en de textuur korrelig. Daarom gebruik ik gekoelde aardappelen meestal binnen twee tot drie dagen, omdat ik dan zeker weet dat ze nog prettig smaken.

Invriezen

Invriezen is ideaal wanneer je gekookte aardappelen langer wilt bewaren. Je kunt ze zowel in stukjes als in zijn geheel invriezen, maar ik merk zelf dat hele aardappelen beter uit de vriezer komen. Stukjes worden soms wat korrelig omdat het zetmeel verandert door de kou. De truc zit in het goed droogdeppen van de aardappelen voordat je ze invriest. Hoe minder vocht, hoe minder kans op ijskristallen die de structuur aantasten.
Eenmaal ingevroren blijven ze meestal prima van kwaliteit. Als ik aardappelen invries doe ik dat in porties, zodat ik altijd precies kan pakken wat ik nodig heb. Bij het ontdooien gebruik ik het liefst de koelkast, omdat ze dan langzaam ontspannen en hun vorm beter behouden. Door ze daarna even op te bakken in een pan met een beetje olie krijgen ze weer een stevige buitenkant en een zachte binnenkant.

Vacumeren

Vacumeren geeft gekookte aardappelen een voorsprong in houdbaarheid. Je haalt in één beweging de lucht weg die ervoor zorgt dat bacteriën zich snel kunnen ontwikkelen. Vooral wanneer je aardappelen wilt invriezen is dit een van de beste methoden. De kwaliteit blijft simpelweg veel beter bewaard. Hele aardappelen blijven mooi glad en compact, terwijl stukjes minder kruimig worden.
In de koelkast werkt vacumeren ook heel prettig. Het maakt een groot verschil of er nog lucht bij het eten kan of niet. Bij vacuüm verpakte aardappelen merk je dat ze langer stevig blijven en minder snel een vreemde geur krijgen. De smaak blijft ook dichter bij hoe ze waren toen ze van het vuur kwamen. Als je vaak restjes bewaart, is een vacumeerapparaat bijna een kleine investering waard in plezier en zekerheid.

Wilhelmus Hengstmengel, bewaartijden Bewaartijden gekookte aardappelen bewaren

Niet gevacumeerd

Kamertemperatuur: 4 uren
Koelkast: 3 dagen
Vriezer: 3 maanden

Wel gevacumeerd

Kamertemperatuur: 6 uren
Koelkast: 5 dagen
Vriezer: 6 maanden

Nadelen bewaren bij kamertemperatuur

Op kamertemperatuur blijven gekookte aardappelen nooit lang veilig. De kans is groot dat bacteriën zich snel vermenigvuldigen omdat de aardappelen vochtig en zacht zijn, precies waar bacteriën van houden. Ook gaan ze sneller zuur ruiken en kunnen ze plakkerig worden.
Een gesloten potje blijft op kamertemperatuur kort houdbaar, meestal niet langer dan 4 tot 6 uren, ook al lijkt het schoon en afgesloten. Het product is simpelweg te gevoelig om langer warm te laten staan.

Nadelen bewaren in koelkast

In de koelkast drogen aardappelen soms wat uit, zeker wanneer ze niet goed zijn afgesloten. De structuur kan korrelig worden en de smaak wordt minder vol. Ook kunnen ze soms een beetje een koelkastgeur opnemen als ze niet in een goede verpakking zitten.

Nadelen bewaren in vriezer

In de vriezer kunnen aardappelen hun structuur verliezen door ijskristallen. Vooral stukjes worden dan wat waterig of korrelig na het ontdooien. De smaak blijft redelijk goed, maar de textuur is niet altijd perfect.

Hoe herken je een bedorven gekookte aardappelen?

Bedorven gekookte aardappelen herken je meestal eerst aan de geur. Een zure, muffe of licht gistende geur is bijna altijd een duidelijk signaal dat ze niet meer goed zijn. Ook als de aardappelen plakkerig aanvoelen, slijmerig zijn of donkere plekjes krijgen die er eerder niet waren, kun je ervan uitgaan dat ze niet meer veilig te eten zijn. Het is opvallend hoe snel deze signalen kunnen verschijnen, vooral wanneer de aardappelen te lang warm hebben gestaan.
Een ander punt waarop je goed moet letten is schimmelvorming, hoe klein ook. Soms begint het als een minieme grijze waas die je bijna over het hoofd ziet. Zodra je dat ontdekt, moet je het hele bakje weggooien. Opwarmen maakt bedorven aardappelen nooit meer veilig. Vertrouw daarbij altijd op je zintuigen. Zodra de geur of structuur niet klopt, hoef je geen risico te nemen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *