Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Voorbereiden
- Snij eerst het onderste deel van de stengels af, waar de wortelresten nog zitten. Gooi deze weg of gebruik ze eventueel voor groentebouillon. Spoel de stengels goed af onder koud stromend water, net als het blad. Er kan zand of aarde tussen zitten, dus wees grondig. Laat alles uitlekken in een vergiet en dep daarna goed droog met een schone keukendoek.
- Snij de stengels in dunne plakjes van ongeveer een halve centimeter. Hoe dunner je ze snijdt, hoe sneller en gelijkmatiger ze drogen. Het blad kun je grofweg in stukken knippen of snijden. Het blad droogt vaak iets sneller dan de stengelstukjes, dus houd dat goed in de gaten.
2. Drogen
In de oven
- Verwarm de oven voor op ongeveer zestig graden Celsius. Bekleed een bakplaat met bakpapier en leg de stukjes selderij verspreid over het papier. Ze mogen elkaar net raken, maar niet overlappen. Zet de bakplaat in het midden van de oven en laat de ovendeur op een kier staan zodat het vocht kan ontsnappen. Na ongeveer drie tot vijf uur zijn de stukjes droog. Ze moeten knapperig aanvoelen en mogen niet meer buigen.
Op een rekje
- Heb je een droogrek of droogoven, dan kun je de selderij daarop verspreiden en op vijftig tot zestig graden Celsius drogen. Dit duurt ongeveer zes tot acht uur, afhankelijk van de dikte van de stukjes. Ook hier geldt: ze zijn pas klaar als ze helemaal krokant zijn.
3. Afkoelen en malen
- Laat de gedroogde selderij eerst volledig afkoelen. Daarna kun je ze fijnmalen tot poeder met een blender, koffiemolen of vijzel. Je kunt ook een deel grof houden voor bijvoorbeeld stoofgerechten. Zeer fijn poeder is ideaal als smaakmaker in soep, puree of pastasaus.
4. Bewaren
- Doe het afgekoelde poeder in een luchtdicht potje of glazen weckpot. Zet het op een donkere en droge plek, zoals een keukenkast of voorraadkast. Gebruik geen vochtige lepel bij het scheppen, want vocht is de grootste vijand van dit soort kruidenpoeders.
