Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Olijven behandelen
- Stap één is het behandelen van de olijven. Was de olijven goed en maak met een scherp mesje een kleine inkeping in iedere olijf. Zo kan de bitterheid beter verdwijnen tijdens het weken.
- Doe de ingesneden olijven in een grote kom of emmer en vul die met ruim koud water. Laat de olijven minstens zeven dagen weken, waarbij je het water dagelijks ververst. Dit proces haalt de natuurlijke bitterstoffen uit de olijven.
2. Pekel maken
- Na het weken maak je de pekel. Breng drie liter water aan de kook en los daar 200 gram zout in op. Laat de pekel vervolgens afkoelen tot kamertemperatuur. Voeg daarna de natuurazijn toe. Deze combinatie van zout en zuur zorgt straks voor een langere houdbaarheid en een heerlijke smaak.
3. Inmaken
- Verdeel de gewassen en ontbitterde olijven over de schone potten. Voeg in elke pot een gekneusde knoflookteen, een laurierblaadje, wat oregano en een paar peperkorrels toe. Giet de afgekoelde pekel over de olijven tot ze helemaal onder staan.
- Sluit de potten goed af met schone deksels. Als je wilt, kun je de potten nu op de kop zetten. Dit helpt om een extra goede vacuüm te creëren, maar let er dus wel op dat je deksels gebruikt die bestand zijn tegen zuur. Niet alle gewone inmaakdeksels zijn hiervoor geschikt.
- Laat de potten vervolgens minimaal vier weken op een koele, donkere plek rijpen. Tijdens deze tijd trekken de smaken goed in de olijven en worden ze lekker zacht.
