Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
Voorbereiding
- Kies frisse takjes met stevig groen blad. Als je ze uit eigen tuin haalt, doe dat bij voorkeur in de ochtend als de dauw net weg is, maar de zon nog niet heet. Was alleen als het echt nodig is en dep goed droog.
- Verwijder eventueel vergeelde of slappe blaadjes. Zorg dat alles schoon en droog is voordat je begint. Je kunt alleen de bladeren gebruiken, of de hele takjes drogen als je ze later alsnog wilt strippen.
Drogen
- Kies de methode die bij jou past: ophangen aan een touwtje op een droge plek, langzaam drogen in de oven of in een voedseldroger. Vermijd felle zon en hoge temperaturen.
- De klassieke manier is om koriander luchtig te laten drogen aan een touwtje of rekje. Bind de steeltjes met keukentouw bij elkaar tot kleine bosjes, niet te dik, zodat de lucht ertussen kan circuleren. Hang deze op een warme, droge en donkere plek. Direct zonlicht is af te raden, want dat haalt kleur en smaak uit de bladeren.
- Een andere manier is koriander drogen in de oven. Spreid de bladeren uit op een met bakpapier beklede bakplaat. Zet de oven op de laagste stand, liefst rond de 40 graden Celsius. Laat de deur een kiertje open zodat het vocht kan ontsnappen. Na een uur kijk ik altijd even: de blaadjes moeten knisperend droog zijn, niet verbrand of verkleurd.
- Tot slot kun je koriander ook drogen in een voedseldroger. Dat gaat iets sneller en je hebt meer controle over de temperatuur. Een temperatuur van ongeveer 35 tot 40 graden is voldoende. In een paar uur is de koriander volledig droog en klaar om te verkruimelen.
- De koriander is goed gedroogd als de blaadjes knisperend aanvoelen en makkelijk verpulveren tussen je vingers. Bewaar ze daarna direct in schone, droge potten.
- Zet de potten op een droge plek, liefst uit het licht. Label ze eventueel met datum. Zo weet je hoelang ze nog goed zijn. Controleer af en toe op vocht of geurverandering.
