Snij de ui heel fijn. Hoe fijner je snijdt, hoe beter hij straks oplost in de saus. Zet een klein pannetje op het vuur en verhit de zonnebloemolie. Bak de ui op laag vuur glazig, tot hij goudgeel en zacht is. Neem hier de tijd voor, want dit is het fundament van de saus.
Voeg daarna de kerriepoeder, kurkuma en uienpoeder toe. Roer goed door zodat de kruiden niet aanbranden, maar wel hun geur afgeven. Na ongeveer een minuut voeg je de appelazijn toe. Laat dit even pruttelen zodat de azijn iets milder wordt.
Haal het pannetje van het vuur en roer de yoghurt, mayonaise en mosterd erdoor. Gebruik daarna een staafmixer of blender om alles helemaal glad te pureren. Proef de saus en voeg naar smaak een snufje zout toe. Als je het graag iets zoeter wilt, kun je er een mespuntje zoetstof bij doen, maar dat is zeker niet nodig.
Giet de saus met een trechter in schone glazen flesjes. Laat de saus volledig afkoelen voordat je de flesjes sluit. Zet ze daarna in de koelkast. De smaak wordt na een dag nog beter.