Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Rooster de kruiden
- Zet een droge koekenpan op middelhoog vuur. Voeg de korianderzaadjes, komijnzaadjes, kardemompeulen, peperkorrels, kruidnagels, kaneelstokje en venkelzaad toe. Rooster de kruiden voorzichtig voor ongeveer twee tot drie minuten, of totdat je de geuren goed begint te ruiken. Schud de pan regelmatig om te voorkomen dat de kruiden verbranden. Dit roosteren helpt om de oliën in de kruiden vrij te maken, waardoor de smaak intenser wordt.
2. Laat afkoelen
- Haal de geroosterde kruiden van het vuur en laat ze volledig afkoelen. Dit is belangrijk, want als je de kruiden warm maalt, kunnen ze vochtig worden en hun smaak verliezen.
3. Malen van de kruiden
- Doe de afgekoelde kruiden in een vijzel of specerijenmolen. Maal ze tot een fijn poeder. Als je een vijzel gebruikt, vergt dit wat meer geduld, maar het levert wel een authentieke, grove textuur op. Voeg als laatste de geraspte nootmuskaat toe en meng alles goed door elkaar.
4. Bewaren
- Giet de garam masala over in een schoon, luchtdicht potje. Label het potje met de datum, zodat je weet hoe vers de mix is. Bewaar het op een koele, donkere plek.
