Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Frambozen en water opkoken
- Doe de frambozen samen met het water in een grote pan. Breng dit rustig aan de kook. Blijf goed roeren zodat de frambozen niet aanbranden. Zodra het mengsel kookt, zet je het vuur lager en laat je alles nog ongeveer 10 minuten zachtjes pruttelen. Zo komen alle smaken goed vrij.
- Zet een grote kom klaar met daarop een fijne zeef of een passe-vite. Bekleed de zeef met een schone theedoek of kaasdoek. Giet het warme frambozenmengsel voorzichtig in de doek. Laat het geheel rustig uitlekken. Dit duurt al snel een paar uur. Je kunt eventueel wat helpen door zachtjes op de pulp te drukken, maar wring niet te hard, anders krijg je troebel sap.
2. Het sap afwerken
- Vang het heldere sap op in de kom en giet het terug in de schoongemaakte pan. Voeg de suiker en het citroensap toe. Breng het geheel opnieuw rustig aan de kook. Zodra de suiker volledig opgelost is en het sap goed heet is (maar niet te wild koken), kun je het vuur uitzetten.
3. Afvullen
- Plaats een trechter in de schone, uitgekookte flessen. Vul de flessen tot net onder de rand met het hete sap. Sluit ze direct goed af met de dop of beugel. Zet de flessen daarna op hun kop om een vacuüm te vormen. Na 10 minuten kun je ze weer omdraaien en laten afkoelen.
4. Bewaren
- Als de flessen goed afgesloten zijn, kun je ze op een koele, donkere plaats bewaren. Een kelder of voorraadkast is ideaal.
