Was de asperges grondig en schil ze zorgvuldig met een dunschiller. Verwijder de houterige onderkant (ongeveer twee centimeter) en snij de rest in stukken van ongeveer vier centimeter.
Breng in een grote pan het water aan de kook en voeg het zout, de suiker en het citroensap toe. Voeg de aspergestukken toe en laat dit op laag vuur ongeveer twintig tot vijfentwintig minuten zachtjes koken met het deksel op de pan. Zorg dat de asperges helemaal onder staan.
Zet het vuur uit en laat het geheel nog tien minuten trekken. Daarna giet je de inhoud van de pan voorzichtig door een met een schone theedoek beklede zeef. Vang het heldere vocht op in een andere pan of kom. Druk de asperges niet uit, zo blijft het sap mooi helder.
Breng het gezeefde sap opnieuw tot net onder het kookpunt. Proef even of je nog iets extra zout of citroensap wil toevoegen. Gebruik intussen een trechter om de hete vloeistof in schone flessen te gieten.
Sluit de flessen direct na het vullen goed af. Laat ze afkoelen op het aanrecht. Zodra ze volledig zijn afgekoeld, kun je ze op een koele plek bewaren of in de koelkast zetten.
Dit recept is door mij persoonlijk gecontroleerd.