Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Gelei maken
- Was de aardbeien grondig, verwijder de kroontjes en snijd grote exemplaren in twee of vier stukken. Doe de aardbeien in een ruime pan en verwarm ze op laag vuur. Laat ze zachtjes kapot koken terwijl je regelmatig roert. Na een minuut of tien zijn ze zacht en kun je ze door een zeef of neteldoek drukken om het sap op te vangen. Je kunt dit ook doen door alles in een natte neteldoek te gieten en rustig uit te laten lekken, zonder te persen, zodat je een heldere gelei krijgt.
- Meet het sap af. Voor elke 750 milliliter sap gebruik je 500 gram geleisuiker. Giet het sap terug in een schone pan, voeg de suiker toe en het citroensap, en breng dit al roerend aan de kook. Laat het sap minstens drie tot vier minuten goed doorkoken, en schep eventueel schuim weg met een schuimspaan.
- Om te controleren of de gelei klaar is, laat je een druppel op een koud schoteltje vallen. Als die na een minuut stevig blijft liggen en niet uitloopt, is je gelei goed. Zo niet, laat dan nog een minuut extra doorkoken en test opnieuw.
- Giet de hete gelei met een trechter in schone, hete potten. Vul tot vlak onder de rand. Schroef de deksels stevig dicht. Je kunt de potten daarna op de kop zetten voor vijf tot tien minuten, om zeker te zijn dat ze goed sluiten. Zoals eerder gezegd: doe dit alleen als je zeker weet dat de deksels niet door zuur worden aangetast.
- Laat de potten afkoelen op een theedoek, en controleer na een paar uur of de deksels naar binnen getrokken zijn. Dat betekent dat ze vacuüm zijn.
