Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Voorbereiding
- Pluk eerst de aalbessen. Haal ze voorzichtig van de steeltjes en doe ze in een vergiet. Spoel ze goed af onder koud stromend water, en laat ze daarna even uitlekken. Je hoeft ze niet droog te deppen, maar laat het meeste water weglopen. Ondertussen zet je je flessen klaar: was ze met warm water en soda, en spoel ze heel goed uit. Zet ze daarna in een grote pan met kokend water, zodat ze steriel zijn. Laat ze tot gebruik in dat hete water staan.
2. Koken
- Doe de aalbessen samen met honderd milliliter water in een grote pan met dikke bodem. Zet het vuur middelhoog en breng alles langzaam aan de kook. Zodra het mengsel begint te pruttelen, draai je het vuur laag. Laat de bessen ongeveer vijftien minuten zachtjes koken. Roer af en toe even door, zodat ze allemaal kapot gaan en hun sap goed loslaten.
3. Sap maken
- Zet een grote kom klaar met daarin een zeef bekleed met een neteldoek of schone theedoek. Giet het warme bessenmengsel hierin en laat het rustig uitlekken. Druk het sap niet te hard aan, anders krijg je teveel pulp in je sap. Je kunt eventueel na een kwartiertje nog even voorzichtig wat aandrukken met de achterkant van een lepel.
- Vang het sap op in een schone pan. Meet hoeveel sap je hebt, en voeg dan per liter sap ongeveer tweehonderdvijftig tot driehonderd gram suiker toe, afhankelijk van hoe zoet je het wilt. Breng het sap opnieuw aan de kook, en blijf goed roeren zodat de suiker oplost. Laat het twee tot drie minuten zachtjes doorkoken.
4. Bottelen
- Zorg dat je flessen klaarstaan: leeg ze (voorzichtig, heet!) en zet ze op een schone doek. Giet het kokendhete sap met behulp van een trechter in de flessen. Vul tot net onder de rand. Sluit ze meteen goed af met een schroefdop of beugelsluiting. Zet ze ondersteboven weg en laat ze zo afkoelen. Dat helpt om ze vacuüm te trekken.
