Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Kies je basis
- Begin met het kiezen van de vloeistof die je wilt gebruiken als basis. Wijn is populair voor wijnazijn, maar appelsap werkt goed voor bijvoorbeeld appelciderazijn. Zorg ervoor dat de vloeistof geen conserveermiddelen bevat, omdat dit het fermentatieproces kan verstoren. Dus puur natuur is de weg die je moet bewandelen, om het zo maar even te zeggen.
2. Azijnmoeder maken
- Giet de wijn of de appelsap in de glazen pot. Voeg hier driehonderd milliliter ongepasteuriseerde azijn aan toe.
- Bedek de opening van de pot met een kaasdoek of met een schone theedoek. Zet dit vast met een elastiekje.
- Plaats de pot op een warme en donkere plek, zoals in een keukenkast. Het ideale temperatuurbereik is tussen de 20 en 30 graden. Zonlicht, wat op de pot schijnt, en grote temperatuurschommelingen moeten absoluut vermeden worden.
- Na 1 tot 2 weken begint zich een gelatineachtig laagje te vormen. Dit is de azijnmoeder. Laat het mengsel nog 2 tot 4 weken staan. Je zult merken dat de geur steeds zuurder wordt. En dat is een goed teken, dat is ook de bedoeling. Wordt de geur dus niet steeds zuurder, weet je dat het niet goed gaat.
- Proef na 4 tot 6 weken een klein beetje van de azijn. Als het naar wens is, kun je de vloeistof zeven en bewaren in een schone fles. De azijnmoeder kun je bewaren of er meteen nieuwe azijn mee maken. Als je het wilt bewaren, laat je of 150 tot 200 milliliter azijn in de pot zitten, of je voegt nieuwe alcohol toe om nieuwe azijn te maken.Een azijnmoeder mag je overigens alleen bij kamertemperatuur bewaren, dus nooit in de koelkast.
