Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Voorbereiden
- Rits met een vork de bessen voorzichtig van de trossen. Haal onrijpe bessen, blaadjes en takjes eruit. Was de bessen in koud water en laat ze goed uitlekken in een vergiet. Dep ze daarna droog met een schone theedoek. Het is belangrijk dat ze niet nat het droogproces ingaan.
2. Drogen
Drogen in de oven
- Verwarm de oven voor op 50 tot 60 graden Celsius. Spreid de bessen uit over een bakplaat bekleed met bakpapier, in één enkele laag. Laat de ovendeur op een kier staan zodat het vocht kan ontsnappen. Droog ze 6 tot 10 uur, afhankelijk van hun grootte en vochtigheid. Schep ze tussendoor een paar keer om zodat ze gelijkmatig drogen.
Drogen aan de lucht
- Leg de bessen op een schone doek of op een droogrek en zet ze op een warme, droge plek met voldoende luchtcirculatie. Niet in de volle zon, want dan worden ze bitter. Dek ze eventueel af met een fijnmazig netje tegen insecten. Dit proces kan wel 7 tot 10 dagen duren, maar het resultaat is heel natuurlijk en vol smaak.
3. Testen op droogte
- De bessen zijn goed gedroogd als ze stevig aanvoelen, niet meer kleverig zijn en lichtjes rimpelen. Ze mogen niet breekbaar zijn zoals rozijnen, maar ook zeker niet vochtig. Als je twijfelt, laat ze nog wat langer liggen of zet ze nog een uurtje in een lauwe oven.
4. Bewaren
- Laat de bessen helemaal afkoelen en doe ze dan in een schone glazen pot met goed sluitend deksel. Zet de pot op een donkere, koele plek. Schrijf de datum erop, dan weet je wanneer je ze hebt verwerkt.
