Voor rode bieten drogen moet je de bietjes wel eerst koken, en daar ben je al eventjes mee bezig. Daarna kunnen ze in dunne plakjes of reepjes gesneden worden.
Was de bieten goed onder koud stromend water. Boen eventueel de aarde eraf met een groenteborstel. Snij het loof en de wortel eraf. Kook ze vervolgens met schil in ruim water gedurende ongeveer 45 tot 60 minuten tot ze net gaar zijn. Giet ze af en laat ze afkoelen.
Wrijf de schil van de afgekoelde bieten; dat gaat heel makkelijk met je handen of met een stukje keukenpapier. Snij de bieten daarna in dunne plakken van ongeveer twee millimeter.
2. Drogen in de oven of droogapparaat
Verwarm de oven voor op 50 tot 60 graden. Leg de plakken op een met bakpapier beklede bakplaat; bij een droogoven leg je de plakjes op de roosters. Laat de ovendeur op een kier staan met een houten lepel ertussen. Droog de bieten in 6 tot 8 uur; keer alle plakjes na 3 uur een keer om. In een droogapparaat op 55 graden duurt het ongeveer 8 tot 10 uur.
Laat de gedroogde bieten helemaal afkoelen op een rooster of een bakplaat. Bewaar ze daarna luchtdicht in glazen potten of in voorraadbussen op een donkere en droge plek. Schrijf de droogdatum op een etiket en plak dat op de glazen pot of voorraadbus.