Was de groene walnoten en droog ze goed af met een theedoek, en snij ze in vieren. Draag keukenhandschoenen, want het sap van de walnoten kleurt je handen bruin en de vlekken zijn moeilijk te verwijderen.
Verdeel de walnoten over de weckpotten. Voeg per weckpot een kaneelstokje, 2 kruidnagels, een stuk steranijs, wat citroenrasp en sinaasappelrasp en een stukje van het vanillestokje toe.
Meng in een grote maatbeker de wijn met de brandewijn en de suiker. Roer het door totdat de suiker helemaal opgelost is. Giet dit mengsel gelijkmatig over de vier weckpotten, totdat alles goed onderstaat. Sluit de weckpotten goed af en zet ze op een donkere en koele plek. Laat ze daar minstens 6 tot 8 weken staan. Schud de potten af en toe lichtjes door, bijvoorbeeld een keer per week.
Na de trektijd giet je de inhoud van de weckpotten door een fijne zeef of door een neteldoek in een kan of kom. Giet de notenwijn over in de flessen, sluit deze goed af en laat ze nog een paar weken staan voor een nog betere smaak.