6rijpe kiwi’sniet te zacht, maar stevig en rijp genoeg om goed te smaken
Bereiding
1. Voorbereiden
Schil de kiwi's met een scherp mesje of met een dunschiller. Probeer zo dun mogelijk te schillen.
Snij de kiwi's vervolgens in dunne plakjes. Ongeveer drie millimeter dik is ideaal.
2. Kies je droogmethode
Afhankelijk van de apparatuur die je hebt, kun je uit verschillende droogmethodes kiezen:
Voedseldroger:
Leg de plakjes kiwi op de roosters van de voedseldroger.
Stel de voedseldroger in op een temperatuur van ongeveer 50 graden.
Laat de kiwi's drogen gedurende 6 tot 8 uur. Keer de plakjes halverwege de droogtijd een keer allemaal om. Controleer tussendoor of ze volledig droog zijn, maar nog een beetje flexibel.
Oven:
Bekleed een bakplaat met bakpapier en leg de plakjes kiwi hierop.
Stel de oven in op de laagste stand, meestal rond de 50 graden.
Laat de oven iets openstaan door een houten lepel tussen de deur te klemmen.
Laat de kiwi’s drogen in 4 tot 6 zes uur. Keer de plakjes halverwege de droogtijd een keer allemaal om. Controleer tussendoor of ze volledig droog zijn, maar nog een beetje flexibel.
Zon:
Leg de plakjes kiwi op een schoon en droog oppervlak, zoals een gaas of droogrek.
Plaats ze in direct zonlicht op een warme en droge dag.
Dek de plakjes af met een fijn gaas om insecten te weren.
Laat de kiwi’s 1 tot 2 dagen drogen. Keer de plakjes halverwege de droogtijd een keer allemaal om.
3. Controleer of de kiwi’s klaar zijn
De kiwi’s zijn goed gedroogd als ze flexibel zijn, maar niet meer plakkerig aanvoelen. Als ze breken wanneer je ze buigt, zijn ze te droog, maar daar kun je nu niets meer aan doen.
4. Bewaren
Laat de gedroogde kiwi volledig afkoelen en bewaar ze in een luchtdicht plastic bakje of in een glazen pot. Zorg dat er geen vocht bij kan komen. Bewaar het op een droge en donkere plek.