Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Kersen voorbereiden
- Was de kersen grondig onder koud stromend water. Verwijder de steeltjes en ontpit de kersen. Dit kan met een kersenontpitter, maar een mesje werkt ook prima. Het verwijderen van de pitten voorkomt een bittere smaak en maakt het sap zachter van smaak.
2. Koken en sap maken
- Doe de ontpitte kersen samen met het water in een grote pan. Breng het mengsel aan de kook op middelhoog vuur. Roer regelmatig zodat de kersen niet aan de bodem blijven plakken. Zodra het begint te koken, zet je het vuur laag en laat je de kersen ongeveer 20 minuten zachtjes pruttelen. De kersen zullen hun sap loslaten en zacht worden.
- Haal de pan van het vuur en giet het mengsel door een zeef of kaasdoek in een andere kom. Gebruik een pollepel om het sap uit de kersen te persen. Voor een helder sap kun je het mengsel twee keer zeven, maar als je van een wat vollere structuur houdt, is één keer voldoende.
- Giet het gezeefde sap terug in de pan en voeg de suiker en het citroensap toe. Roer goed en verwarm het sap nog enkele minuten op laag vuur totdat de suiker volledig is opgelost. Dit stapje is optioneel als je een puur kersensap zonder extra zoetheid wilt.
- Gebruik een trechter om het warme sap in steriele flessen te gieten. Draai de doppen stevig dicht en laat de flessen ondersteboven afkoelen. Hierdoor wordt een vacuüm gecreëerd, wat helpt bij de houdbaarheid. Laat het sap volledig afkoelen voordat je het in de koelkast bewaart.
