Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Granaatappels voorbereiden
- Snij de granaatappels doormidden en haal de pitjes eruit. Dit kan wat werk zijn, maar het is belangrijk om dit rustig te doen, zodat je zoveel mogelijk sap behoudt. Gebruik een grote schaal, want granaatappels spatten snel. Pers de pitjes voorzichtig uit met een citruspers of sapcentrifuge tot je ongeveer 1 liter sap hebt. Zeef het sap als je de pitjes niet in de jam wilt.
2. Jam koken
- Doe het granaatappelsap in een grote pan en voeg de suiker en het citroensap toe. Breng alles langzaam aan de kook terwijl je blijft roeren. Zodra het mengsel begint te koken, zet je het vuur iets lager zodat het rustig doorkookt. Schuim het schuim af met een schuimspaan voor een mooi helder resultaat.
- Na ongeveer 20 tot 30 minuten koken kun je testen of de jam de juiste dikte heeft. Druppel een beetje op een koud bordje en kijk of het opstijft. Is het nog te vloeibaar? Laat het dan nog even doorkoken. Wil je het zeker weten, gebruik dan een thermometer: bij ongeveer 105 graden Celsius is jam meestal goed.
3. Jam in potten doen
- Zet de brandschone jampotten klaar. Giet de hete jam met een trechter of voorzichtig met een pollepel in de potten. Vul ze bijna tot de rand. Veeg de randen schoon en draai direct de deksels stevig op de potten.
- Als je de potten wilt vacuüm trekken, zet ze dan meteen na het sluiten 5 minuten op de kop. Dit helpt om de jam langer houdbaar te maken. Let op: niet alle deksels kunnen tegen zuur. Als je twijfelt, koop speciale zuurvaste deksels. In dat geval is omdraaien wél aan te raden.
4. Afkoelen en bewaren
- Zet de potten na 5 minuten weer rechtop en laat ze rustig afkoelen. Je zult merken dat de deksels naar binnen trekken; dat is een goed teken. Bewaar de potten op een koele, donkere plek.
