Begin met het schoonmaken van de gember. Je kunt de schil eenvoudig verwijderen met de achterkant van een lepel of een dunschiller. Spoel de gember daarna goed af onder koud water om eventueel vuil te verwijderen. Zodra de gember schoon is, rasp je deze fijn. Hoe fijner je de gember raspt, hoe meer smaak je uit de wortel haalt. Heb je geen rasp? Dan kun je de gember ook in dunne plakjes snijden, maar raspen geeft een sterker aroma.
Vul een grote pan met twee liter water en voeg de geraspte gember toe. Zet het vuur middelhoog en breng het water langzaam aan de kook. Zodra het kookt, zet je het vuur lager en laat je het mengsel ongeveer twintig minuten zachtjes pruttelen. Roer af en toe door om te zorgen dat de smaken zich goed verspreiden. Tijdens dit proces komen alle pittige, kruidige smaken van de gember vrij.
Haal de pan van het vuur en laat het mengsel iets afkoelen. Gebruik een fijne zeef of een kaasdoek om het sap te zeven. Giet het sap in een grote kom en druk de gember goed uit, zodat je zoveel mogelijk sap eruit haalt. Voeg daarna het sap van twee versgeperste citroenen toe. Roer de kristalsuiker door het warme sap tot het volledig is opgelost. Als je een mildere, zachtere smaak wilt, kun je wat honing toevoegen. Een klein snufje zout maakt de smaak nog iets voller en brengt de andere smaken in balans.
Zodra het sap volledig is afgekoeld, giet je het met behulp van een trechter in de schone flessen. Sluit ze goed af en bewaar ze in de koelkast.