Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
Voorbereiden
- Was de citroenen goed onder koud stromend water en boen ze lichtjes schoon met een zachte borstel of met keukenpapier. Dep de citroenen daarna goed droog met een schone theedoek of met keukenpapier.
Inmaken
- Snij de citroenen kruislings in. Maak hiervoor twee inkepingen die elkaar in het midden van de citroen kruisen, maar zorg dat de uiteinden intact blijven. Je creëert als het ware een "bloem" die aan de onderkant nog aan elkaar vastzit.
- Neem een eetlepel zeezout per citroen en wrijf dit goed in de inkepingen van elke citroen. Plaats vervolgens elke citroen voorzichtig in de inmaakpot. Druk ze goed aan, zodat ze stevig tegen elkaar liggen en er zo min mogelijk lucht tussen de citroenen zit.
- Doe nog een beetje extra zout toe bovenop in de inmaakpot. Giet daarna het sap van de extra citroenen erbij. Het sap moet de citroenen volledig bedekken. Mocht je niet genoeg sap hebben, voeg dan eventueel een klein beetje gekookt en afgekoeld water toe.
- Sluit de inmaakpot goed af en zet deze op een koele en donkere plek, bijvoorbeeld in een keukenkastje. Laat de citroenen hier minimaal 3 tot 4 weken staan om te trekken. Schud de pot om de paar dagen zachtjes heen en weer om het zout gelijkmatig in de inmaakpot te verdelen.
- Na 3 tot 4 weken zijn de citroenen klaar voor gebruik. Bewaar de citroenen in de koelkast, waar ze nog enkele maanden goed blijven.
