Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Maak de broccoli schoon
- Snij de broccoli in kleine roosjes van gelijke grootte. De stronk kun je ook gebruiken, schil hem dan wel even met een dunschiller en snijd in dunne plakjes of reepjes. Was alles goed onder koud stromend water en laat even uitlekken.
2. Blancheer de broccoli
- Breng een grote pan water met 100 gram zout aan de kook. Voeg de broccoli toe en blancheer 2 tot 3 minuten. Ze moeten heldergroen blijven, maar wel nét iets zachter worden. Giet ze daarna direct af en spoel af met ijskoud water zodat het kookproces stopt. Laat goed uitlekken.
3. Maak het inmaakzuur
- Doe de azijn, 250 milliliter water, suiker en 1 eetlepel zout in een pan. Voeg ook de laurierblaadjes, peperkorrels en eventueel wat chilivlokken toe. Breng dit aan de kook en laat een paar minuten doorkoken zodat de smaken goed mengen.
4. Vul de potten
- Maak intussen de potten en deksels grondig schoon met heet water en soda of in de vaatwasser. Spoel goed na met kokend water. Zet de potten op een schone theedoek.
- Verdeel de broccoli over de potten. Stop in elke pot een halve teen knoflook en een theelepel mosterdzaad. Giet het kokende zuur voorzichtig over de broccoli, tot net onder de rand. Zorg dat alle stukjes onder staan. Veeg de rand van de pot schoon en sluit goed af.
- Zet de potten eventueel 5 tot 10 minuten op de kop. Dat helpt bij het vacuüm trekken. Maar dit is optioneel. Sommige deksels zijn hier niet tegen bestand en kunnen door het zuur aangetast worden. Gebruik daarom inmaakdeksels die zuurresistent zijn, zeker als je ze op z’n kop zet.
- Zet de potten weer rechtop en laat ze langzaam afkoelen op kamertemperatuur. Daarna bewaar je ze op een koele, donkere plek, zoals een kelder of voorraadkast.
