Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Bouillon maken
- Doe een beetje olijfolie in een soeppan en doe de botten of groenteresten erbij. Verhit de pan op een middelhoog vuur. Voeg daarna alle gesneden groenten toe en bak deze gedurende 1 of 2 minuten mee. Voeg het water toe en breng het langzaam aan de kook. Laat de bouillon vervolgens op laag vuur minimaal 3 uur zachtjes koken. Runderbouillon kun je gerust 8 tot 12 uur zachtjes laten koken. Doe een deksel half op de soeppan. Schep schuim eraf met een schuimspaan.
- Zodra de bouillon getrokken is, haal je de grote stukken groente en botten eruit met een schuimspaan en giet je de rest door een fijne zeef. Doe de gezeefde bouillon daarna terug in de pan en breng het opnieuw aan de kook.
2. Wecken
- Giet de kokendhete bouillon via een trechter in de weckpotten. Laat ongeveer 1 tot 2 centimeter ruimte tot de rand. Sluit de potten vervolgens goed met ring, deksel en klemmen, of draai het schroefdeksel stevig aan.
- Zet de weckpotten in de weckketel of in een grote pan. Vul de pan met water totdat de potten voor minstens driekwart onder water staan. Breng het water aan de kook en weck de potten gedurende 90 tot 120 minuten bij 100 graden. Laat ze daarna langzaam afkoelen in de pan of weckketel.
- Haal de weckpotten uit het water, droog ze af en zet ze op een koele en donkere plek.
