Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
- Snij de appels in grove stukken. Je hoeft ze niet te schillen of de klokhuizen of de pitten te verwijderen. De pitten bevatten namelijk pectine, wat de gelei helpt te binden. Doe de appelstukken in een grote pan en giet het water erbij. Breng dit aan de kook op een laag vuur en laat het geheel ongeveer 45 minuten zachtjes koken.
- Zodra je merkt dat de appels uit elkaar vallen, giet je alles door een zeef of een neteldoek in een kom. Laat dit 10 tot 12 uur uitlekken in de koelkast.
- Meet hoeveel sap je hebt, en voeg hier de geleisuiker aan toe volgens de verhouding op de verpakking (bijvoorbeeld 1000 gram suiker op 1500 milliliter sap). Voeg het citroensap toe en breng het geheel al roerend aan de kook.
- Laat de gelei goed doorkoken, meestal 3 tot 5 minuten vanaf het moment dat het mengsel volop kookt. Doe de geleitest door een lepeltje op een koud bordje te druppelen. Als het stolt, is de gelei klaar.
- Schep eventueel schuim af met een schuimspaan en giet de gelei in jampotten. Sluit de jampotten meteen af met de deksels. Zet ze eventueel enkele minuten op de kop op een theedoek. Dit is optioneel. Bij sommige deksels kan het zuur schade aanrichten, dus gebruik deksels die hiervoor geschikt zijn of laat de potten rechtop staan.Plaats de jampotten weer normaal op de theedoek, en laat de gelei helemaal afkoelen.
