Begin met het voorbereiden van de jampotten. Schone potten zijn essentieel om de jam goed houdbaar te maken. Was de potten grondig met heet water en afwasmiddel, spoel ze goed uit en zet ze nog even in een oven van 100 graden Celsius om ze volledig te steriliseren. Laat ze in de oven staan tot je de jam in de potten giet. Kook de deksels in een pan met water en laat ze daarna uitlekken op een schone theedoek.
Doe de aalbessen in een grote pan en voeg het citroensap toe. Zet het vuur middelhoog en verwarm de bessen langzaam tot ze zacht worden en hun sap loslaten. Dit duurt ongeveer 5 tot 10 minuten. Roer af en toe en druk de bessen een beetje kapot met de achterkant van een lepel. Als je een gladde jam wilt zonder pitjes, kun je de bessen door een zeef wrijven om alleen het sap over te houden. Laat je liever de pitjes erin? Dan kun je direct verder met de volgende stap.
Voeg de suiker toe aan de pan en roer goed door. Breng het geheel aan de kook en laat het zachtjes inkoken. Dit duurt ongeveer 10 tot 15 minuten. Roer regelmatig en schep eventueel schuim af dat aan de oppervlakte verschijnt. De jam is klaar wanneer hij dikker wordt en een druppel jam op een koud bordje in enkele seconden opstijft en rimpelt als je er met een vinger doorheen gaat.
Giet de hete jam voorzichtig in de warme, gesteriliseerde potten. Draai de deksels stevig dicht en zet de potten kort op hun kop om een vacuüm te creëren. Laat ze daarna volledig afkoelen op een theedoek. Zodra ze afgekoeld zijn, bewaar je ze op een koele, donkere plek.